Mijn notitiesCertificering & groei
Cloud, tenant, resource en subscription: de vier vragen achter één woord

Je marketingafdeling laat door een extern bureau een campagnesite bouwen. De site werkt, de campagne loopt, en niemand stelt nog een vraag. Tot het moment dat iemand wil weten waar dat ding eigenlijk staat, en blijkt dat de site in de ruimte van het bureau staat en niet in die van je eigen organisatie. Dat verschil zit in vier woorden die iedereen dagelijks door elkaar gebruikt alsof ze één en dezelfde plek beschrijven: cloud, tenant, resource en subscription. Ze antwoorden op vier verschillende vragen, en zolang je ze niet uit elkaar houdt, merk je dat pas op het moment dat er iets bij de verkeerde organisatie blijkt te staan.
Cloud, tenant, resource en subscription: vier vragen, geen vier maten
De cloud is de overkapping: een datacenter in de buurt of ver weg, waar jij dingen laat draaien zonder dat er bij jou een server staat. Van wie de ruimte daarin is, dat is de tenant, die van jouw organisatie of die van je leverancier. Wat er in die ruimte staat is een resource, één benoembaar ding met een naam en een soort, zoals een website, een database of een testomgeving. En hoe het betaald wordt, dat is de subscription, het abonnement waar die dingen onder hangen en waar de rekening landt.
De verhouding tussen die vier is kort genoeg om te onthouden: één cloud draagt heel veel tenants, één tenant houdt heel veel resources vast, en elke resource hangt aan precies één tenant en onder precies één subscription. Nooit aan twee. Dat is precies het onderwerp van het eerste examenonderdeel van AZ-900, het Azure-fundamentals-examen: wat cloudcomputing is en hoe de basisbegrippen zich tot elkaar verhouden, nog voordat je bij een architectuurkeuze uitkomt.
Microsoft zelf beschrijft een resource als “a manageable item that’s available through Azure”, met websites, databases en virtuele machines als voorbeelden. Diezelfde bron zegt ook dat resource groups, subscriptions en management groups technisch gezien zelf ook resources zijn, maar dat is een detail voor de architectuurpagina’s, niet voor de vraag waar je vandaag mee zit. Voor jou is een resource gewoon het ding dat je kunt aanwijzen.
De campagnesite langs de vier vragen
Die campagnesite draait in een datacenter van een leverancier, dus dat is de cloud. Hij staat in de ruimte van het bureau, dus in hun tenant en niet in die van jullie organisatie. Hij is één resource, een website met een naam en een soort. En hij hangt onder het abonnement van het bureau, dus daar komt de rekening terecht.
Drie van die vier antwoorden klopten met wat iedereen had aangenomen. Het tweede niet. En daarom kan er iets bestaan dat prima werkt en toch niet van jullie is: de site draait, de campagne loopt, de rekening wordt netjes betaald, en toch staat het ding in de ruimte van een andere organisatie dan die waarvoor het is gemaakt.
Dezelfde site, een andere ruimte
Stel dat het bureau diezelfde site had aangemaakt in de ruimte van jullie eigen organisatie. Zelfde datacenter, zelfde naam, zelfde soort resource. Er verandert precies één ding, en dat is de tenant. Alles wat aan die tenant hangt, verhuist mee: het ding zelf en het abonnement waaronder het valt.
Dat is waaraan je de verhouding tussen de vier woorden echt ziet. Het ding blijft tot op de naam hetzelfde, maar de ruimte maakt het van iemand. Zo kunnen twee identieke websites bij twee verschillende organisaties horen, zonder dat er ook maar één letter code verschilt.
De vier vragen voor elk ding
Van hoeveel dingen die jouw afdeling gebruikt weet je eigenlijk in wiens ruimte ze staan? Kies er deze week één uit, bijvoorbeeld een planningstool of een klantportaal, en stel de vier vragen aan wie het beheert: waar draait het, van wie is de ruimte, wat is het precies, en waar komt de rekening terecht. Je hoeft er niets voor te installeren. Wat je er niet mee te weten komt, is wie er in die ruimte wat mag doen: dat is een andere vraag, en die komt in het volgende deel van deze reeks over de basis van Azure aan de orde.
Loop je tegen een ding aan waarvan niemand die vier antwoorden paraat heeft? Ik denk graag mee, kijk op trainerbjorn.nl.