Mijn notitiesCertificering & groei
Storage, compute en networking: wat kun je los afnemen?

Je stuurde laatst nog een melding door over de planningstool van je afdeling: een collega kwam er niet in (deel 2 van deze reeks ging over die twee deuren, wie binnenkomt en wat hij dan mag). Die planningstool is één resource, één toepassing met een eigen naam. Vandaag een laag dieper: waar bestaat zo’n resource uit, en wat kun je er los van afnemen?
IT noemt storage, compute en networking in één adem, en je knikt, terwijl je geen van de drie zou kunnen uitleggen. Drie soorten blokken, en twee ervan kun je los afnemen.
Wat de drie blokken zijn
Storage is de plek waar data blijft staan, met een eigen adres, ook als er niets mee rekent. Compute is de rekenkracht die iets met die data doet, zodra iemand of iets erom vraagt. Networking is de adresruimte waarlangs een oplossing bereikbaar is, voor jou en voor andere oplossingen. Het zijn soorten diensten, met veel producten eronder, dus leer je ze op wat ze doen en niet op hoe ze in een portal heten. Zo blijft er één vraag over die de rest van dit artikel beantwoordt: kan zo’n blok op zichzelf staan?
Wat je los kunt afnemen
Storage en networking kunnen op zichzelf staan, en de maandexports van de planningstool laten dat zien. Die moeten voor de audit bewaard blijven, dus vraag je IT om een plek met een eigen adres. Die plek komt er, er rekent niets op, en jij zet de bestanden erin en haalt ze eruit. Dat is alles, en het blok bestaat prima zonder dat er ooit iets mee gebeurt buiten opslaan en ophalen.
Networking vraag je net zo los aan. Je afdeling krijgt volgend kwartaal een tweede tool naast de planning, en jij vraagt de adresruimte waarlangs die bereikbaar wordt nu al aan. Die staat er dan leeg, klaar voor wat er nog moet komen. Dat een adresruimte er eerder kan zijn dan de dienst die erin komt, is precies waarom dit blok los te bestellen is.
Wat nooit alleen komt
Compute kan het niet. Vraag je om rekenkracht voor die planningstool, dan komen er twee dingen bij die je niet besteld hebt: precies één plek voor het besturingssysteem, en minstens één aansluiting op een adresruimte. Rekenkracht kan niet zelf bewaren en niet zelf bereikbaar zijn, dus die twee andere blokken komen altijd mee.
Dat blijft zo staan in de lichtste vorm van rekenkracht die er is, waar je geen apparaat meer aanwijst. Ook daar wijs je bij het aanmaken een plek voor data aan, en haal je die weg, dan stopt het geheel. De drie blokken zijn dus nooit helemaal los van elkaar, compute trekt de andere twee gewoon altijd mee.
Het blok aanwijzen voor je doorstuurt
Over welk van de drie blokken gaat de vraag die je doorstuurt? Dat zou ik willen weten voordat hij bij IT landt. Gaat het over data die er moet staan, over iets dat moet rekenen, of over bereikbaar zijn? Vaak zijn het er twee, en dat is wat mij betreft de kern: je bestelt zelden een los blok en meestal een combinatie.
Deze drie woorden zeggen waar een oplossing uit bestaat, niet wie erbij mag, en dat laatste was deel 2. Wat je in zo’n oplossing dan ziet en wat die kost, zijn weer andere vragen, en de rekening is het onderwerp van het volgende deel in deze reeks.
Loop je tegen drie woorden aan die wel vallen maar niet worden uitgelegd? Ik denk graag mee, kijk op trainerbjorn.nl.