EN

Mijn notitiesCertificering & groei

Vier vragen voor je bouwt: de bron onder je rapport

Je afdelingshoofd wil vanaf januari een weekrapport over de bezetting. De data komt uit de planningstool van je afdeling, dezelfde tool die in deel 2, deel 3 en deel 4 van Azure Basics steeds terugkwam. Jij bouwt het rapport, IT heeft de bron in Azure gezet.

Voor je de eerste grafiek maakt, beslis je of je op deze bron bouwt. Daarvoor heb je vier antwoorden nodig. Elk deel van Azure Basics leverde er één, en in dit laatste deel leg je ze onder één rapport.

Wanneer noem je een rapport betrouwbaar?

Als de cijfers kloppen? Als het elke week op tijd is bijgewerkt? Allemaal waar. Maar… allebei hangen ze aan de bron eronder. Over die bron stel je vier vragen: twee over wat er staat, twee over wie het draagt. Bij elke vraag hoort een maat voor een goed antwoord, zodat je weet wanneer je klaar bent.

Waar staat hij, en van wie is die ruimte?

Dat is de tenant: de ruimte van jullie organisatie of van een leverancier, zoals deel 1 die uitlegde. Alles hangt aan precies één ruimte, en het abonnement verhuist met die ruimte mee. De planningstool draait in jullie eigen ruimte.

Dat een bron werkt, zegt daar niets over. De campagnesite uit deel 1 werkte ook en stond in de ruimte van het bureau. Een goed antwoord is de naam van jullie eigen organisatie. Zoek het op voor het rapport dat het vaakst wordt geopend: van wie is de ruimte eronder?

Waaruit bestaat hij?

Uit de drie blokken van deel 3: de plek voor data, de rekenkracht en de aansluiting. De rekenkracht kwam nooit alleen. Er kwamen een plek voor data en een aansluiting mee.

Ruimt iemand die plek op omdat hij hem niet als onderdeel herkent, dan stopt het geheel. Jouw weekrapport haalt dan niets meer op. Een goed antwoord is dat je weet welke plek voor data met de rekenkracht meekwam. Zou jij die plek herkennen als onderdeel van de planningstool?

Wie mag erbij?

Dat regelt autorisatie uit deel 2: de toewijzing van wie, wat en waarop. Jij hebt er zelf een nodig om de data te lezen. Wie jouw rapport mag openen, hangt aan dezelfde accounts en groepen.

Ontbreekt die toewijzing, dan zie je met een geldig account een lege lijst. Een goed antwoord is dat jij en je lezers er elk een hebben, op deze bron. Wie opent jouw rapport en ziet straks een lege lijst?

Wie krijgt de mail als hij meer kost, en kan die beslissen?

Het budget in Azure uit deel 4 legt eens per 24 uur de kosten naast een bedrag, mailt bij een gepasseerde drempel en stopt niets. Het budget van de planningstool stond op € 400, en november eindigde op € 530.

De mail hoort bij de eigenaar, de persoon of het team dat over de tool beslist. Die eigenaar besluit of november dit waard is, en daarmee ook of de tool blijft draaien. Een goed antwoord is dat de mail bij de eigenaar landt en dat de eigenaar weet dat jouw rapport erop leunt. Weet die eigenaar dat?

Welke van de vier kan ik nog niet beantwoorden?

Stel jezelf die vraag vóór de eerste grafiek, en leg wat openblijft voor aan wie de tool beheert. Bewaar de vier vragen daarna voor je volgende bron.

In maart schreef ik dat data governance meer is dan datakwaliteit, en voor mij begint het aan de cloudkant bij deze vier antwoorden. Daarom zijn cloudfundamentals ook datastrategie. Telt jouw rapport straks een zieke collega als beschikbaar, dan zoek je de oorzaak in de invoer van de planningstool en in de afspraak over wat “beschikbaar” betekent.

Wil je de vier vragen voor je eigen bron doorlopen? Ik denk graag met je mee, zie trainerbjorn.nl.

Alle notities in ‘Certificering & groei’ →